Bij de 18e zondag door het jaar A
Graag hou ik met jullie een bezinning
bij de tekst uit de Romeinenbrief van Paulus (Rom. 8:38-39),
die we als eerste lezing hebben beluisterd:
‘Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven,
engelen noch machten noch krachten,
heden noch toekomst, hoogte noch diepte,
of wat er ook maar in de schepping is,
ons zal kunnen scheiden van de liefde van God,
die Hij ons bewezen heeft in Christus Jezus, onze Heer.’
Deze korte tekst over de liefde van God sluit aan bij het evangelie
waar Jezus overvloed van leven is bij de broodvermenigvuldiging.
De apostel Paulus, je weet wel, ooit Saulus de christenvervolger,
werd een vurige gelovige en volgeling van Jezus.
Hij reisde de toenmalig gekende wereld rond
om de blijde boodschap van Gods liefde te verkondigen
en mensen aan te sporen in het voetspoor van Jezus te gaan leven.
Een blijde boodschap die niet overal even goed onthaald werd,
Paulus werd meermaals met de dood bedreigd
en kreeg heel wat te verduren.
Voor hij bekeerd werd tot het christendom was hij ervan overtuigd
dat hij God diende door de ketterse christenen te vermoorden.
Na zijn plotse bekering tot het geloof in Jezus
was hij er rotsvast van overtuigd
dat niets hem nog kon scheiden van de liefde van God
die hij ontvangen had in Christus Jezus.
Door zijn onwankelbaar geloof en sterke vertrouwen in Gods liefde
kon Paulus niets kwaads overkomen, niets kon hem ervan weerhouden
om zelfs zijn leven te geven voor de blijde boodschap
dat God liefde is en zijn zoon Jezus onze Redder is.
Met Paulus mogen we ons dus vandaag even bezinnen
over de degelijkheid van ons verrijzenisgeloof.
Wij, u en ik, geloven in Jezus, geloven in zijn overvloed van leven.
Wij formuleren in onze geloofsbelijdenissen
dat wij geloven in de verrijzenis.
En toch zijn wij bang voor de dood,
en toch weten we geen raad met onszelf als er een geliefde sterft.
Hoe gaan wij als christenen om met de dood?
In onze heilige boeken staat geschreven
dat de dood geen macht meer heeft,
dat Jezus de dood heeft overwonnen.
Dat is een ongehoorde boodschap,
dat spreekt onze werkelijkheid tegen,
want wij worden geconfronteerd met lijden, ziekte en dood.
En toch leggen wij ons als christenen niet neer bij de feiten,
wij zijn immers gelovigen, wij geloven in de verrijzenis.
Door dat geloof zijn wij opgeroepen leven in overvloed te zijn
in een wereld die niet af is, waarin de schepping kreunt,
waarin mensen verlangen naar het paradijs, naar een hemel op aarde.
Ons verrijzenisgeloof is in staat de dood te ontkrachten,
om net als Paulus vrij te worden en ons niet te laten binden
door de ketenen van angst en dood.
Een heel oude wijsheid leert:
“Wie bang is van de dood verleent hem de macht die hij niet heeft,
wie de dood met een vrij hart tegemoet gaat heeft hem overwonnen.”
Als volgelingen van Jezus, mensen van de Jezusbeweging
zijn wij in staat het kleine verrijzenisgeloof dat we hebben
te delen met elkaar, net als de vijf broden en de twee vissen,
dan ontstaat leven in overvloed, dan weerstaan wij de dood,
brengen troost aan bedroefden, spreken woorden van leven,
dan reikt onze liefde over grenzen heen,
dan zijn wij niet meer gescheiden van hen die ons voorgingen,
dan ontstaat midden onder ons het rijk van de hemel.
Laten wij met elkaar onze geloofsovertuigingen delen,
dat wij niet blijven haperen bij onze twijfels en onmacht.
Dat wij elkaar versterken in de zekerheid
dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van God,
die Hij ons bewezen heeft in Christus Jezus, onze Heer.