Sterven voor je sterft

Gepubliceerd op 28 juni 2026 om 11:00

Bij de 13e zondag door het jaar A

Bij het begin van de zomervakantie krijgen we
een ietwat moeilijker verteerbaar stukje evangelie voorgeschoteld.
Jezus vraagt ons om ons leven te verliezen,
zodat we het kunnen vinden.
Het is zoals de raadselachtige opdracht die Jezus
aan Nikodemus meegeeft: je moet herboren worden…
“Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen,
maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, die zal het behouden.”
(Mat. 10:37 NBV21)
Leven en dood, vinden en verliezen,
goed en kwaad, geluk en ongeluk,
licht en donker, gezondheid en ziekte…
Als mens zijn wij een tussenwezen,
wij leven tussen geboorte en sterven.
Wij kunnen intens gelukkig zijn, maar ook diepbedroefd,
wij zijn gezond en beseffen het niet tot we ziek worden…
Wij leven altijd ergens tussenin.

Jezus was, zoals alle spirituele leermeesters,
er sterk van doordrongen dat dit leven op aarde ooit eindigt
en dat het dus beter is om zoveel mogelijk goed te doen,
om zoveel mogelijk liefdevol om te gaan met onze medemensen.
Elke dag is het waard om geleefd en beleefd te worden
in het licht van goedheid en liefde, want ooit gaat het licht uit
en zal al onze liefde opgenomen worden in Gods liefde.

In Jezus’ visie van je leven te verliezen,
herkennen we de gedachte ‘sterven voor je sterft’.
In alle wijsheidtradities komt dezelfde weg naar voor
om los te komen van het lijden en de dood te overwinnen,
het is de opdracht om te ‘sterven voor je sterft’…

Zoals de Boeddha rond 400 voor Christus het lijden overwon
door los te komen van alle verlangens,
zoals de filosofen van de Stoa rond 300 voor Christus
hoogstaande gemoedsrust nastreefden,
zodat je als mens niet meer verstoord wordt door gebeurtenissen
en er als evenwichtig persoon boven staat,
zoals de mystici uit de spirituele islam rond 1200 na Christus
de weg naar verlossing vonden om de dood te overwinnen
door te “sterven voor je sterft” te beoefenen…
zo leert Jezus aan ons christenen
om ons leven te verliezen om het te winnen.

Om deze theorie in een verhaal te brengen
is er het verhaal uit het soefisme van Attar,
later overgenomen door Roemi in zijn Matnavi:
“Het verhaal van een rijke koopman
met een papegaai in een gouden kooi.”

Een koopman hield erg van zijn papegaai.
Hij bracht na elke reis een souvenir mee voor zijn papegaai,
zijn geliefde huisdier.
Hij stond klaar voor zijn volgende verre reis
en vroeg de papegaai wat hij voor hem
als geschenkje zou kunnen meebrengen.
De papegaai vroeg de koopman alleen een groet over te brengen
aan zijn soortgenoten en hen te vragen
hoe hij van zijn gouden kooi kon bevrijd worden.
Toen ging de koopman op reis
en bracht aan de papegaaien de groet
en de vraag van zijn papegaai over.
Een van de papegaaien begon heftig te trillen
en viel toen van zijn tak op grond.
Hij lag bewegingsloos alsof hij dood was.
De koopman schrok daar nogal van.

Terug thuisgekomen, vertelde de koopman deze ervaring
aan zijn papegaai in de gouden kooi.
Nauwelijks had de koopman dit gezegd
of zijn papegaai begon ook heftig te trillen en viel voor dood neer.
De koopman nam de dode papegaai uit de gouden kooi
en bracht hem naar buiten.
Buiten in de tuin spreidde de dood gewaande papegaai
- tot grote verbazing van de koopman- zijn vleugels
en vloog zijn vrijheid tegemoet.

Zo mogen ook wij telkens weer leren van de vrije zielen,
de verlichte geesten,
om te sterven aan onze eigen verlangens
en het krampachtig vasthouden van bezit
en het leven in een gouden kooi.
Het is aan ons christenen gegeven
om niet meer te leven voor onszelf
maar enkel vanuit een liefde die vrijmaakt
en de kracht bezit die de dood kan overwinnen.