Gedragen

Gepubliceerd op 14 juni 2026 om 11:30

Bij de 11e zondag door het jaar A

Een heel oud verhaal gaat als volgt:
‘Een herder is met zijn kudde in de bergen.
De middagzon staat fel en hoog in de trillende lucht.
De herder hoort gekrijs.
Hij ziet hoe een arendsjong uit het nest is gevallen
en probeert om te vliegen, maar dat lukt niet goed.
Moederadelaar vliegt onder haar jong
en vangt het op haar vleugels en draagt het terug naar het nest.
Wat een bijzonder mooi schouwspel voor de herder,
wat een bijzondere ervaring.
Maar dan ziet de herder hoe de moederadelaar
haar jong uit het nest duwt en begrijpt de herder
dat de moeder haar jong leert vliegen,
totdat het vliegen kan op eigen kracht.
Thuisgekomen in de synagoge
vertelt de herder zijn bijzonder verhaal
en velen vinden er een mooi godsbeeld in,
namelijk een God die mensen de ruimte geeft
om zich te ontplooien zonder angst,
maar in het vertrouwen dat God hen dragen zal
wanneer zij dreigen te vallen.’

De beeldspraak van de adelaarsvleugels is opgenomen
in de bijbelboeken Exodus en Deuteronomium:
‘Jullie hebben gezien hoe Ik ben opgetreden tegen Egypte,
en hoe Ik je op adelaarsvleugels gedragen heb
en je hier bij mij heb gebracht.’ (Exodus 19:4 NBV21)
‘Zoals een arend zijn nest beschermt en boven zijn jongen zweeft,
zo spreidde de HEER zijn vleugels uit
en droeg zijn volk op zijn wieken.’ (Deut. 32:11 NBV21)

Het is een heel mooi en geliefd beeld voor mensen
dat zich gesteund en gedragen voelden
door een God die hen niet in de steek liet.

Een adelaar zou zijn jong leren vliegen
door het uit het nest te duwen
en te laten vallen in de ruimte,
maar op tijd te ondervangen met zijn vleugels
om het terug te dragen naar het nest
om het vervolgens opnieuw uit het nest te duwen,
tot het vliegen kan op eigen kracht.

Het is een mooie beeldspraak,
maar natuurkundig klopt het niet helemaal.
Een adelaarsjong is veel te zwaar om gedragen te worden
op de vleugels van moeder- of vaderadelaar.
Maar het spreekt wel tot de verbeelding.

God is ons altijd nabij en laat ons in alle vrijheid
onze eigen weg vinden in het leven.
Gelovigen hebben altijd en overal een vangnet,
een God die het werk van zijn handen niet laat vallen in leegte,
maar ondervangt met vleugels of handen vol liefde.

Ik eindig deze bezinning met een tekst die ik ooit schreef
naar het lied Warrior van Luka Bloom
en het boek Strijders van het licht van Paulo Coelho:
‘Wil je een strijder zijn in deze koude en harde wereld?
Wees dan kwetsbaar en zwak.
Luister dan naar je eigen ritme en help anderen.
Wil je een strijder zijn?
Doe dan je vuist en je zwaard weg.
Spreek vriendelijk en vol mededogen en doe alles uit liefde.
Wees niet te streng voor jezelf, je hoeft niets te bewijzen.
Zoek vrede met de wereld en je zal overal vrede ontmoeten.
Wil je een strijder zijn?
Leer van de arend in de lucht en leer je vleugels kennen.
Wees een strijder van het licht.’