Bij het feest van Sint-Rita
Sint-Rita trad binnen in het Augustinessenklooster in Cascia.
De Orde van Sint-Augustinus, beter bekend als de augustijnen,
was ontstaan in de dertiende eeuw in Italië
en is vernoemd naar de invloedrijke kerkvader
en filosoof Augustinus van Hippo.
Hippo, nu Annaba ligt in Algerije, een Noord-Afrikaans land.
Sint-Rita zal tijdens haar opleiding, tijdens haar noviciaat
kennis gemaakt hebben met het leven en werk van Augustinus.
Augustinus had, net als Margarita,
een bewogen en onrustige voorgeschiedenis,
maar beiden vonden rust in het geloof.
Op de feestdag van Sint-Rita mag dit ook ons tot inspiratie zijn,
dat wij in het jachtige bestaan blijven zoeken naar wat van tel is,
wat echt belangrijk is en waar we rust en vrede kunnen vinden.
Het overbekende citaat van Augustinus,
mag ook het refrein van ons geloof zijn:
‘Ons hart kent geen rust tot het rust vindt in U, God.’
Bij God alleen kan onze ziel tot rust komen.
Het autobiografische boek Belijdenissen laat Augustinus beginnen
met een inleidend gebed:
“Groot bent u, Heer, u komt alle lof toe!
Groot is uw kracht, uw inzicht is niet te meten.
Nu wil een mens u prijzen, een deeltje van uw schepping,
ja, een mens die zijn sterfelijkheid met zich meedraagt,
het bewijs van zijn zonde,
het bewijs dat u zich tegen de hoogmoedigen keert.
Toch wil hij u prijzen, deze mens,
dit deeltje van uw schepping
en u zet hem aan daar vreugde in te vinden.
Want zo hebt u ons geschapen, gericht op u,
en ons hart kent geen rust tot het rust vindt in u.”
Augustinus Belijdenissen
Vert. Wim Sleddens, Damon, Zesde druk 2024,
Boek 1 nummer 1 Inleidend gebed
Als kloosterlinge keerde Sint-Rita zich naar binnen
om in stilte en gebed God te vinden als liefde en vrede.
Dat is een levenslange zoektocht, zoals Augustinus
het poëtisch heeft neergeschreven in zijn Belijdenissen:
“Pas laat ben ik van u gaan houden,
schoonheid, oud en toch zo nieuw!
Pas laat ben ik van u gaan houden.
Ja, u was binnen in mij en ik buiten en daar zocht ik u.
Onooglijk als ik was, stortte ik mij
op al het mooie dat u geschapen hebt.
U was bij mij, maar ik was niet bij u.
Het hield me van u weg,
wat in u bestond en buiten u niet zou bestaan.
Geroepen hebt u en geschreeuwd,
door mijn doofheid bent u heen gebroken.
Gestraald hebt u, geschitterd, en mijn blindheid verjaagd.
Heerlijk was uw geur, ik heb hem ingeademd en ik snak naar u.
Ik heb geproefd, en nu honger en dorst ik naar u.
U hebt me aangeraakt
en ik kwam in vuur en vlam te staan voor uw vrede.”
Augustinus Belijdenissen
Vert. Wim Sleddens, Damon, Zesde druk 2024,
Boek 10 nummer 38 In vuur en vlam voor uw vrede
Laten ook wij blijven hongeren en dorsten naar diepe vrede,
dat ons hart en onze ziel in God rust vinden,
dan kunnen wij net als Sint-Rita
onmogelijk gewaande zaken aan,
kunnen wij standhouden in de stormen van het leven,
kunnen wij in vuur en vlam staan van Gods liefde.
‘Ons hart kent geen rust tot het rust vindt in U, God.’