Bij de 3e Paaszondag A
In de volgende bezinning staan we stil bij de rijke inhoud
van dit gekende Emmaüsverhaal.
Het verhaal heeft een poëtische kracht,
het spreekt tot de verbeelding,
het raakt ons hart, ons verstand en onze ziel.
Hoe vaak ervaren wij niet dezelfde weg van wanhoop naar hoop
van donker naar licht, van ongeloof naar geloof.
Net als die twee leerlingen onderweg naar Emmaüs
troost en inzicht krijgen door de vreemde tochtgenoot,
mogen ook wij ons, als christenen, laten voeden,
troosten en sterken door Jezus die met ons meegaat
op onze levensweg.
Bij dit Emmaüsverhaal plaatsen we een stukje poëzie
van de Nederlandse dichteres Ida Gerhardt.
Licht uit licht
De liefde bidt voor wie niet weten wat zij doen;
gekruisigd blijft zij stil voor wie de hamer heft.
En na de sabbath keert zij tot de treurenden,
verrezen uit het graf wandelt zij in de hof.
Onherkend zit zij aan, met hen, met u, met mij
te Emmaüs, tot, het brood door Hem gebroken wordt.
In dit gedicht lezen we de spanningsboog
van Goede Vrijdag over Pasen naar de verrijzenis
en Jezus’ blijvende aanwezigheid in de eucharistie.
In de eerste strofe gaat het over passie,
in de tweede strofe over compassie
en in de derde strofe over solidariteit.
Pas in het brood dat voor ons gebroken wordt
en dat wij delen met elkaar
ontstaat een brood brekende gemeenschap in Jezus’ geest.
Eerste strofe:
De liefde bidt voor wie niet weten wat zij doen;
gekruisigd blijft zij stil voor wie de hamer heft.
Wie het verhaal van Jezus kent,
herkent ogenblikkelijk de bede van Jezus aan het kruis:
‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.’
Opmerkelijk is dat de dichteres de naam van Jezus niet vermeldt.
Nog opmerkelijker is dat ze in dit gedicht Jezus omschrijft
als ‘de liefde’, Jezus als de verpersoonlijking
van de ultieme liefde, van Gods liefde op aarde.
Tweede strofe:
En na de sabbath keert zij tot de treurenden,
verrezen uit het graf wandelt zij in de hof.
De liefde is een vrouwelijk begrip,
denk maar aan de onsterfelijke woorden van de apostel Paulus
over de liefde:
“Ze laat zich niet boos maken
en rekent het kwaad niet aan,
ze verheugt zich niet over het onrecht
maar vindt vreugde in de waarheid.
Alles verdraagt ze, alles gelooft ze,
alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
De liefde zal nooit vergaan. (1 Kor. 13:5b-8a NBV21)
Derde strofe:
Onherkend zit zij aan, met hen, met u, met mij
te Emmaüs, tot, het brood door Hem gebroken wordt.
De plotse verdwijning na de verschijning van Jezus te Emmaüs
blijft ook voor ons een uitnodiging
om Jezus te herkennen in elke medemens
die ons voorgaat in het geloof en het levensbrood breekt
in naam van de Verrezene die Licht uit licht is,
liefde die ons nooit meer verlaat…