Afdalen

Gepubliceerd op 11 januari 2026 om 11:30

Bij het feest Doop van de Heer (jaar A)

 

De rivier de Jordaan ontspringt uit een bron in de noordelijke bergen

van Israël en stroomt zo omlaag via ontelbare bochten

om uit te monden in de Dode Zee.

De betekenis van de Jordaan is ‘afdalen’.

Letterlijk. Want de Dode Zee ligt 417,5 meter onder het zeeniveau

en is daarmee het laagstgelegen meer ter wereld.

Na deze aardrijkskundige gegevens wil ik jullie iets vertellen

over de doop van Jezus en de betekenis van ons eigen doopsel.

 

Vorige week vierden we Driekoningen of in kerkelijke termen,

de Openbaring van de Heer.

Jezus werd geopenbaard als koning van de wereld,

koning en herder van elk mensenhart.

Het feest dat we dit weekend vieren in de kerk is het Doopsel van de Heer,

waarmee we de kerstperiode afsluiten

en de tijd door het jaar terug aanvatten.

 

De doop van Jezus gebeurde niet toen Hij een baby was,

maar bij het begin van zijn openbaar leven op dertigjarige leeftijd.

Dat doopsel door Johannes toegediend, was een doopsel tot bekering.

Door af te dalen in het water van de Jordaan en gedoopt te worden

kwam je als nieuwe mens terug uit het water,

de zonden werden weggewassen en afgespoeld.

 

Jezus was zonder zonde, maar Hij gaat in die lange rij van mensen staan,

Hij is geroepen om volledig mens te worden,

ook Hij moet ondergaan en afdalen in dat water

en opstaan om vrij te kunnen ademen.

 

Wie in de Jordaan gaat staan, laat zich niet meedrijven met de stroom

want die leidt naar de dood, de Dode Zee waar,

door het te zoute water, geen leven mogelijk is.

 

Wie in de Jordaan gaat staan, zegt voor zichzelf: ik kies voor het leven,

ik ga stroomopwaarts, tegenstroom naar de bron van alle leven.

Jezus zal in zijn verdere korte leven niets anders doen

dan leven brengen om uiteindelijk de dood zelf te verslaan.

 

Ondergedompeld worden in de Jordaan is sterven aan jezelf,

maar ook opstaan, snakken naar nieuwe adem,

als gedoopte volop te gaan leven en leven te geven aan anderen.

 

De meesten onder ons hebben er niet zelf voor gekozen

om gedoopt te worden, als baby waren we onwetend,

onze ouders namen voor ons de keuze.

Op twaalfjarige leeftijd kregen we wel de kans

om verder te kiezen voor dat geloof

en dat leven in het voetspoor van Jezus.

Met Pasen worden we uitgenodigd onze doopbeloften te hernieuwen,

en elke zondag opnieuw belijden we ons geloof.

We zijn als baby ten doop gedragen,

maar als volwassenen is het onze taak

dat doopsel en die naam van Jezus elke dag opnieuw waardig te zijn.

 

Bij het doopsel wordt de naam van God over ons uitgesproken in drie keer.

De eerste naam van God is de Vader die zegt ‘Ik ben er voor u’.

Die naam roept ons op om er ook te zijn voor onze naasten.

De tweede naam van God is de Zoon die ons leert elkaar lief te hebben

en de derde naam van God is de Geest die deze wereld kan vernieuwen.

 

In de drie-ene naam van God kunnen wij mensen zijn naar zijn hart,

wanneer wij kiezen voor het leven, op zoek gaan naar de bron,

durven sterven aan onszelf om anderen te doen leven.

Dat wij zo verder gedoopt en gezegend mogen zijn in Gods naam.